Pieter-Jan Bosmans runt een eenmanszaak in IT-ondersteuning vanuit Leuven. Hij heeft acht vaste klanten en een handvol losse opdrachten per jaar. Zijn probleem was niet het verdienen, maar het plannen. Hij wist nooit goed wanneer hij een nieuwe laptop of extra software kon kopen zonder zijn cashflow te verstoren.
Methode een: percentage van omzet
In zijn eerste jaar reserveerde hij een vast percentage van elke factuur voor investeringen, belastingen en buffer. Eenvoudig, maar het hield geen rekening met het feit dat sommige maanden droog waren en andere overvol. Hij miste twee belastingbetalingen bijna volledig.
Methode twee: categoriebegroting per kwartaal
Het jaar daarna deelde hij zijn uitgaven op in vier categorieen: bedrijfskosten, belastingprovisiering, investeringen en persoonlijk loon. Per kwartaal stelde hij een plafond in voor elke categorie op basis van verwachte inkomsten.
Vergelijking van beide methodes
| Criterium | Percentage van omzet | Categoriebegroting |
|---|---|---|
| Eenvoud | Hoog | Matig |
| Flexibiliteit bij wisselende inkomsten | Laag | Hoog |
| Belastingvoorbereiding | Onbetrouwbaar | Gestructureerd |
| Tijdsinvestering per maand | Minder dan 30 minuten | Ongeveer 1 uur |
Zijn conclusie
De categoriebegroting vroeg meer tijd, maar gaf hem een realistisch beeld van wat hij kon uitgeven en wanneer. Hij combineerde het uiteindelijk met een eenvoudige cashflowkalender in Excel, zodat hij grote uitgaven kon plannen in maanden met hogere verwachte inkomsten.